VAN UYTVEN R. Dr en DE PUYDT J. Drs
De toestand der abdijen in de Oostenrijkse Nederlanden, inzonderheid der Statenabdijen, in de tweede helft der 18de eeuw. Het verslag de Külberg en de procesverbalen der abtskeuzen
in: Bijdragen tot de Geschiedenis, inzonderheid van het oud Hertogdom Brabant, 3de reeks, 17e deel, afl. 1-2, 48e jaargang, 1965, pp. 5-80.
Men ontvangt het gehele nummer van het tijdschrift.
De notie "Statenabdijen" is als volgt te verstaan: "De Geestelijke Stand werd in de Brabantse Staten uitsluitend gevormd door de abten van twaalf abdijen, samen met de bisschoppen van Mechelen en Antwerpen. Beide laatsten waren slechts lid van de Staten door hun positie, respectievelijk als abt van Affligem en als abt in naam van St-Bernards." (p. 5-6) Het gaat om de volgende 12 abdijen: Benediktijnen: Vlierbeek; Cisterciënzers: St-Bernards, Villers; Premonstreit: Dielegem, Grimbergen, Averbode, Heilissem, Sint-Michiels, Park, Tongerlo; H. Augustinus: Koudenberg, St-Gertrudis. (p. 44-47)
Noot LT: Zeer sterke en nuchtere pilootstudie over de economische betekenis van de Statenabdijen en hun grootgrondbezit. Dat verklaart volledig de politieke invloed en de macht in de handen van weinigen. Het mag dan ook niet verwonderen dat Jozef II deze machtsconcentratie, zo niet wilde breken, ze dan toch wilde inperken. Overigens had keizerin Maria-Theresia reeds maatregelen in die richting genomen. In de eeuw van de Verlichting rijpten niet alleen de Ideeën maar ook de concrete stappen die men kon (of moest) nemen ter deblokkering van een verstard systeem. Met Oostenrijkse administratieve zorgvuldigheid werd een nieuw tijdperk voorbereid. Vanuit dat oogpunt heeft de Franse Revolutie die beweging in een stroomversnelling gebracht.

€ 15.0

Bestel