Edited: 179801083482
LT
8 januari 1798: verkoop (openbaar -) abdijhoeven Tongerlo te Essen
Sedert Tongerlo grondheer van Essen-Kalmthout geworden was, heeft de abdij zich terdege ingezet voor de ontginning en de vruchtbaarmaking van de streek. Land- en bosbouw, moeruitbating en bestuur werden krachtig ter hand genomen. Weldra verschenen de eerste abdijhoeven, die golden als modelhoeven, waar de nieuwste gewassen, werktuigen en methodes van landbouw en veeteelt werden gedemonstreerd. Klaver, boekweit, koolzaad, aardappel en den werden ingevoerd. In 1371 telde de heerlijkheid 275 inwoners en 1960 anno 1582. Het jaar daarop was het de grote catastrofe: alles werd platgebrand eerst door de Fransen, dan door de Spanjaarden. Essen-Kalmthout telde 0 inwoners! Pas tegen het einde van de eeuw was er van enige heropleving spraak. Van heinde en verre kwamen inwijkelingen binnenstromen, alle handen waren welkom. Ondanks oorlog, pest en schrikbarende belastingen moest het leven verder.



In 1666 begon Tongerlo naast de Vredenberghoeve (thans verdwenen) nog een tweede ontginning op Spilbeek. Twee jaar reeds was er koren en koolzaad gezaaid, nog waren de gebouwen niet helemaal af, toen op 20 januari 1668 het eerste huurcontract van de conventshoeve werd gesloten met het jonge echtpaar Willem Huibrecht van Pul en Elisabeth Hendriks uit Nieuwmoer tegen 125 gd jaarlijks. Zijn oude moeder die mede borg stond, kon slechts met bevende hand een kruisje zetten. In 1681 mat de bebouwde oppervlakte 23 gemeet (bijna 10 ha), een eeuw later meer dan 22 ha.

Op Hemelvaartsdag 23 mei 1686 werd er een manslag gepleegd op de Rouwmoershoeve. Pachter Hendrik Ant. Coppens nam deel aan de schuttersfeesten op de Heuvel. Zijn vrouw was thuis gebleven met de kinderen, knechten en moerarbeiders. Om een ons onbekende reden raakte Antoni Hendr. van Oosterbosch uit Rukfen slaags met Jacob Jans. van Oirschot uit Sprundel. De eerste werd met een zware knuppel de schedel ingeslagen, waaraan hij 's anderendaags bezweek.

Coppens en zijn drie volwassen zonen bleken evenmin afkerig van gewelddaden, zodra zij de nodige pinten uit hadden. In de zomer van 1705 kwam het herhaaldelijk tot ernstige mishandelingen van herbergklanten op de Heuvel. Op 28 juli 1707 bracht de oudste zoon Jan in een zatte bui Geraart Jans. van Turnhout uit de Schelpheuvel een dodelijke messteek toe. Meteen zegde Tongerlo de huur op.

Vier generaties Van Loon bleven nagenoeg een eeuw op de hoeve. De weduwe van de stamvader hertrouwde tweemaal, de laatste keer met stadhouder Cornelis Adr. Mutsaerts, die de schout bij afwezigheid verving. De jaren kwamen en gingen met hun blijde en droeve dagen. Op de kaart van Ferraris, de eerste stafkaart van onze gewesten, prijkt het Dispensiershof als een eenzame vesting aan alle kanten door heide omgeven. In 1788 bouwde Jan van Loon een grote schuur en vier jaar later een schaapskooi.

De Franse Revolutie kwam als een storm over het land. In naam van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid werden alle kerkelijke goederen door de republiek aangeslagen en openbaar verkocht. Op 12 december 1797 kwam landmeter Gust van Dooren in opdracht gedurende drie dagen de gronden en de gebouwen van de hoeve opmeten. Vijf Essense abdijhoeven stonden op de affiche van de 36e verkoop van Nationale Goederen: Voetsberg, Vredenberg, Wildert, Rouwmoer en Priesterdonk. De definitieve toewijzing zou doorgaan op 19 nivose de l'an VI (8 januari 1798) in het voormalig bisschoppelijk paleis op de Schoenmarkt te Antwerpen.

Dertien kandidaten - in hoofdzaak Fransen - namen het tegen elkaar op. Etienne Poncy, administrateur van het Département des Deux Nethes, werd eigenaar van het hele lot tegen 251.200 pond, waarvan 60.100 voor de Rouwmoer. Hij mocht betalen met assignaten! De 20e september daarop verkocht hij de vijf hoeven tegen 2000 zilvergulden aan de gebroeders Peter en Josse van den Nest. Hun vader, een rijk Antwerps koopman, had reeds een halve eeuw voordien veel eigendom verworven in Essen-Kalmthout. Terwijl veruit de meeste geestelijken de door de Fransen opgelegde eed weigerden af te leggen en meteen moesten onderduiken, waren beide priesters op 6 februari 1798 in Gierle beëdigd en hadden die in april 1802 nog altijd niet herroepen. Zonder gewetensbezwaar verrijkten ze zich met zwartgoed in Essen, Antwerpen, Duffel en Lier.

Op 13 juli 1804 verkochten zij de vijf hoeven in blok tegen 12.000 gd aan Jaak Verschueren en Jan Baptist van Asbroeck. De eerste was brouwer en toekomstig burgemeester van Kalmthout, de ander was zijn schoonbroer en gewezen koster-schoolmeester van Essen. Beide vennoten, die ook al de Greef in Kalmthout hadden opgekocht, handelden als makelaars voor provisor Verberck aldaar. Na de opheffing van Tongerlo in 1796 trachtte hij zoveel mogelijk aangeslagen goederen in Essen-Kalmthout te kopen, in de hoop met zijn confraters te kunnen weerkeren naar zijn abdij. Dat heeft hij jammer niet meer beleefd. Met zeer in het hart verkocht hij de Rouwmoershoeve op 6 maart 1812 tegen 6540 FF of 3090 gd aan Peter van Agtmael. De oppervlakte bedroeg toen al 25 ha 46 a, dat was plots 3 ha 43 méér dan in 1804. Om de zaak te financieren, moest de nieuwe eigenaar evenwel een zware hypotheek afsluiten, die in 1821 werd overgenomen door notaris Frans Godts.

http://www.collegeessen.be/historiek/ (20050612)
179801083482