Het Kadaster: een stukje geschiedenis  

door Lic. Lucas Tessens

(verschenen in het Jaarverslag van de dienst Onroerende Voorheffing, Belastingdienst voor Vlaanderen, 2003)

(aangepaste versie,  april 2005)


 

De oorsprong van het hedendaagse Kadaster situeert zich in de Franse Periode. De strakke administratieve indeling van het grondgebied in departementen gaf een krachtige impuls aan het cartografisch en statistisch ‘vertalen’ van die indeling. Zo zien we in 1805 de ‘Mémoire statistique du département de l’Escaut’ en in 1806 de ‘Tableau figuré de la France divisée en 110 départements’ verschijnen, een werk dat tal van statistische parameters weergeeft: het aantal inwoners per vierkante mijl, de voedingsgewassen, de exportproducten, de graanprijs[1]. De beweging naar nog meer detailinformatie was duidelijk ingezet.

Maar er was ook de vaste wil van Napoleon om af te raken van arbitraire schattingen wanneer het om het bepalen van iemands grondbezit ging. Politieke wil, cartografie, statistiek en fiscaliteit (als exponent van administratie) bevonden zich op een historisch kruispunt.

In 1807 schrijft Napoleon aan Mollien, zijn minister van financiën[2]:

"Les demi-mesures font toujours perdre du temps et de l'argent. Le seul moyen de sortir de l'embarras est de faire procéder sur-le-champ au dénombrement général des terres dans toutes les communes de l'Empire, avec arpentage et évaluation de chaque parcelle de propriété. Un bon cadastre parcellaire sera le complément de mon Code, en ce qui concerne la possession du sol. Il faut que les plans soient assez exacts et assez développés pour servir à fixer les limites des propriétés et empêcher les procès".

De wet van 15 september 1807 legt de algehele registratie en opmeting van het gehele Franse Keizerrijk op[3]. Alle kavels moesten op een percelenplan worden uitgetekend, met toekenning, aan elke kavel, van het eigendomsrecht en het kadastraal inkomen. De topografische opmetingen startten in hetzelfde jaar en gingen op ons grondgebied door onder het Hollands bewind[4]. In 1835 was het kadaster voor geheel België beëindigd, behalve voor Limburg en Luxemburg. De werkzaamheden in deze provincies werden rond 1830 stilgelegd omdat de Hollanders de kadastrale leggers hadden meegenomen. De opmetingen werden er beëindigd in 1843. Dat de kadastrale opmetingen onder drie verschillende regimes gewoon doorgingen, is op zich al revelerend voor het belang dat men er aan hechtte. De zo gedetailleerde opmeting van het grondgebied schonk het jonge België meteen een goed gedocumenteerd rasterwerk waarop de infrastructuur van kanalen en treinverbindingen snel kon worden uitgetekend.

Veel is ook te danken aan de inspanningen van Philippe Vandermaelen[5] (1795-1869) die de kadastrale kaarten gebruikte om vanaf 1846 een ‘Carte topographique de la Belgique au 20.000ième’ aan te maken en te drukken. Vandermaelen legde daarmee de verbinding tussen de befaamde Ferraris-kaarten van het einde van de 18de eeuw en de nauwkeurige kaarten van de tweede helft van de 19de eeuw, uitgevoerd door het Militair Cartografisch Instituut. [6] België was het eerste land ter wereld dat een kaart op die schaal bezat. De kadastrale informatie is zonder meer een troef geweest bij het  doorbreken van de industriële revolutie in ons land.



[1] LIEBAERS Herman Edit. (1965), België onder het Consulaat en het Keizerrijk. Brussel: Albert I-bibliotheek. Blz. 18 en PALSKY Gilles (1996), Des chiffres et des cartes - La cartographie quantitative au XIXe siècle. blz. 50

[2] MISEREZ Jean-Paul (Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne - EPFL), website topo.epfl.ch. En verder: Napoléon, Mémorial de St Hélène, 29 février 1816: “Le cadastre eût pu être considéré à lui seul comme la véritable constitution de l'Empire, c'est-à-dire la véritable garantie des propriétés et la certitude de l'indépendance de chacun; car une fois établi et la législature ayant fixé l'impôt, chacun faisait aussitôt son propre compte et n'avait plus à craindre l'arbitraire de l'autorité ou celle des répartiteurs, qui est le point le plus sensible et le moyen le plus sûr pour forcer la soumission.”

[3] NAHON Guillaume, Voyage sur les terres d’antan. Magazine du Conseil général du Territoire de Belfort. Avril/mai 2003, n° 60. pp. 28-28. – Voor een grondige historische analyse verwijzen we naar DERUELLE André-Claude (1970), Réflexions sur l’utilisation des sources cadastrales et notariales, in: Contributions à l’histoire économique et sociale, Tôme V – 1968-1969, Centre d’Histoire Economique et Sociale, ULB, Institut de Sociologie blz. 135-163. De bijdrage geeft ook bibliografische noten. – Zie ook: LIEBAERS, o.c., blz. 3. Hier wordt het belang van het administratief reglement van opmeting, opgesteld door de commissie van directeurs van de belastingdiensten en landmeters-en-chef o.l.v. de wiskundige Delambre, onderstreept. Het was dit reglement dat Napoleon op 27 januari 1808 goedkeurde. Zie in dit verband: Cadastre (1817), Manuel du Contrôleur et de l'Expert relatif aux opérations du Cadastre. Liège, De l'Imprimerie de H. Dessain, vis-à-vis du Palais. 103 pp. De inhoudstafel geeft reeds aan hoe methodisch met tewerk ging: Statistique générale de la commune; Poids et mesures de la commune; Mercuriales, relevé du prix des grains; Classification de chaque genre de propriété; Terres labourables; Vignes; Jardins; Près; Marais, pâtis, bas près; Pâtures; Bois raillis ou futaies; ...; Terres vaines et vagues; Carrières, mines et tourbières; ...; Propriétés bâties; Maisons; Forges, moulins, fabriques et usines; Exceptions; Classement; Tarif provisoire; ...; Examen et jugement des réclamations; Experts; ...; Relevés des baux à ferme et d'actes de vente; Communication des bulletins; Réclam. contre l'arpentage/le classement/les évaluations; ...; Tenue de l'assemblée cantonale; ...; Conduite des contrôleurs envers les propriétaires.

[4] Besluit van Willem van Oranje dd. 30 september 1814.

[5] Voor het grote belang van deze persoonlijkheid verwijzen we naar de TULIPPE O., Philippe Vandermaelen – Cartographe et Géographe in: BRIEN Paul Edit. (1968), Florilège des sciences en Belgique pendent le XIXe et le début du XXe. Bruxelles: Academie Royale de Belgique. pp. 532-549. – zie ook het volgende monumentale werk: SILVESTRE M., M.B. FINCOEUR, C. CHANTERENNE Bart (1994), Inventaire raisonné des collections cartographiques Vandermaelen. - Voor een bespreking rond de figuur van Joseph de Ferraris (1726-1814) en het politiek-militaire belang van diens kaarten verwijzen we graag naar het prachtige werk van BOSSU Jozef (1982), Vlaanderen In Oude Kaarten. Drie Eeuwen Cartografie. Tielt/London: Lannoo/Mappamundi. - Een prachtig en zeer informatief werk met een schat aan cartografisch materiaal is dat van WATELET Marcel (1987), Cartographie et politique dans la Belgique du XIXè siècle. Matériaux pour l'histoire nationale et locale. Edité à l'occasion du 150e anniversaire du Ministère des Travaux Publics. Bruxelles: Crédit Communal (er bestaat ook een Nederlandstalige versie). - Hoe landmeters en ingenieurs in de 19de eeuw het Franse landschap veroverden met nieuwe technieken voor het bouwen van bruggen en viaducten vindt men meesterlijk uitgelegd en geïllustreerd bij PRADE Marcel (1988), Ponts et viaducs au XIX éme siécle. Paris/Poitiers: Errance/Brissaud.

 

[6] zie LEMOINE-ISABEAU Claire (1988), La carte de Belgique et l’Institut Cartographique Militaire (Dépôt de la Guerre) 1830-1914.