Hoe
is het kadastraal inkomen in Vlaanderen verdeeld?
Een
onderzoek naar de verdeling van onroerend vermogen
Lic.
Lucas Tessens & Lic. Monique
Gysels
(deze
bijdrage verschijnt in het Jaarverslag 2004 van de dienst Onroerende
Voorheffing, Belastingdienst voor Vlaanderen, 2005)
Het
kadastraal inkomen is het fiscaal referentiegegeven van een onroerend goed. Hoe
ongelijk is het onroerend vermogen in Vlaanderen verdeeld?
Dankzij
het data warehouse van Onroerende
Voorheffing (DWH-OV) zijn de gegevens, die opgeslagen liggen in het
operationeel systeem van de belastingtoepassing, toegankelijker.[1]
Het
is mogelijk de eigenaars volgens hun niet-geïndexeerd kadastraal inkomen (KINI)
te rangschikken (van laag naar hoog) en te bepalen hoeveel procent van het KINI
in eigendom is van hoeveel procent van de belastingplichtigen/eigenaars[2].
De analyse had betrekking op 2.022.406 natuurlijke
personen en 87.094 rechtspersonen, samen 2.109.500
eigenaars/belastingplichtigen. In
functie van de procentuele omzetting, werden de
eigenaars met het kleinste KINI uit de analyse geweerd. Dit is methodologisch[3]
en statistisch verantwoord.
De
tabel hieronder illustreert de ongelijke verdeling van het kadastraal inkomen
tussen eigenaars.
De analyse heeft betrekking op de gegevens[4]
van het aanslagjaar 2004.
|
Tabel
– De verdeling van KINI tussen belastingplichtigen/eigenaars – zowel
natuurlijke personen als rechtspersonen – aanslagjaar 2004 |
|||
|
%
eigenaars |
aantal
eigenaars |
bedrag
in EUR |
%
KINI |
|
1 |
21.095 |
40.266 |
0,001 |
|
10 |
210.950 |
22.447.745 |
0,610 |
|
20 |
421.900 |
102.141.437 |
2,777 |
|
30 |
632.850 |
213.357.564 |
5,800 |
|
40 |
843.800 |
352.599.991 |
9,585 |
|
50 |
1.054.750 |
518.178.771 |
14,087 |
|
60 |
1.265.700 |
712.906.274 |
19,380 |
|
70 |
1.476.650 |
940.038.020 |
25,555 |
|
80 |
1.687.600 |
1.215.681.215 |
33,048 |
|
90 |
1.898.550 |
1.596.594.565 |
43,403 |
|
99 |
2.088.405 |
2.355.509.081 |
64,034 |
|
100 |
2.109.500 |
3.678.530.281 |
100,000 |
Leeswijzer
voor de tabel:
Vijftig procent van de eigenaars bezit onroerende goederen die slechts 14% van
het totale kadastraal inkomen vertegenwoordigen. Klimmen we verder op in de
reeks dan merken we dat 90% van de eigenaars toch maar voor 43% procent van het
KINI staat. De toplaag van de eigenaars (het hoogste percentiel of 21.095
particulieren of rechtspersonen) bezit dus onroerende goederen die nagenoeg 36%
van het totale kadastraal inkomen of meer dan 1,3 miljard EUR (KINI) in het
Vlaamse Gewest vertegenwoordigen. Een vorig onderzoek[5]
toonde aan dat de accumulatie van onroerend vermogen bij rechtspersonen erg
groot te noemen is.
De
grafiek (ook Lorenz-curve genoemd) hieronder geeft de verdeling weer voor het
aanslagjaar 2004. De blauwe lijn (45°) geeft de hypothetische situatie weer
waarbij iedereen evenveel kadastraal inkomen heeft. De paarse lijn geeft de reële
situatie in het Vlaamse Gewest weer. De gearceerde ruimte tussen de beide curven
geeft de ongelijkheid aan. In een land waar slechts één eigenaar alle
onroerende goederen bezit, volgt de curve de X-as tot aan de 100 procent en
veert dan loodrecht (rode lijn) op. In zo’n situatie van extreme ongelijkheid
beslaat de ruimte tussen de twee curven dus de volle honderd procent van de
oppervlakte.

We mogen besluiten dat het onroerend patrimonium ongelijk verdeeld is.
Dit
onderzoek heeft een rijpingsproces gekend doorheen de opeenvolgende
jaarverslagen. Uiteindelijk lijkt het ons aangewezen de hier gepresenteerde
methodiek (analyse op natuurlijke én rechtspersonen samen) ook in de volgende
jaren aan te houden om verschuivingen te kunnen constateren. De deelanalyses op
natuurlijke personen en rechtspersonen afzonderlijk, zoals uitgevoerd in het
Jaarverslag 2003, kunnen om de 3 à 4 jaar worden uitgevoerd. De analyse op
rechtspersonen verdient uitdieping naar types. Er zou in de toekomst kunnen
onderzocht worden welke typologie men kan opstellen, rekening houdend met de
coderingen van het Kadaster en/of die van de BVV. Andere analyses zijn denkbaar:
de geografisch georiënteerde (provinciaal of gemeentelijk) is er een van. Een
vergelijking met de situatie in de beide andere gewesten ligt voor de hand
vanuit een onderzoekslogica, ware het niet dat de beschikbaarheid en de
toegankelijkheid van de basisgegevens wellicht moeilijker ligt. Een
internationale vergelijking (Nederland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië[6])
is eveneens het overwegen waard maar schept waarschijnlijk allerlei
methodologische problemen. Een aanzet werd door ons reeds gegeven inzake
onderzoek[7]
naar de concentratie van KINI in handen van niet-inwoners (andere gewesten en
buitenland). Bij dat alles kan men dan nog de historische dimensie inschakelen
om te komen tot een analyse van de eigendomsverhoudingen doorheen de tijd. De
bijlage in dit jaarverslag over de grote verschuiving in de eigendom van
onroerend goed op het einde van de 18de eeuw, vormt slechts een
eerste kennismaking én een uitnodiging om uit de onnoemelijk rijke geschiedenis
van Vlaanderen de verhalen over grondbezit op te diepen.
[1]
Voor een analyse van de verdeling van het kadastraal inkomen over
leeftijdscategorieën verwijzen we naar het Jaarverslag 2000. Voor een
bespreking van de verdeling van het KINI, vastgesteld bij natuurlijke
personen enerzijds en rechtspersonen anderzijds, verwijzen we naar het
Jaarverslag 2003.
[2]
Belangrijk
om weten is dat alle kadastrale inkomens van eenzelfde eigenaar in de
belastingtoepassing samengevoegd worden, natuurlijk voor zover die
eigendommen in het Vlaamse Gewest gelegen zijn.
[3]
Overigens is de statistische betrouwbaarheid van de analyse 100 procent
omdat er geen sprake is van een steekproefonderzoek: de gehele populatie die
aan de gestelde criteria (belastingplichtig zijn)
voldoet, werd in het onderzoek opgenomen.
[4]
Extractiedatum
uit het operationeel systeem naar het data warehouse is 31 december 2004.
Deze datum is belangrijk vanuit methodologisch standpunt omdat verificatie
op de identieke populatie naderhand mogelijk is. Voor
de problematiek (test-retest) verwijzen we naar MOSER C.A. en KALTON G.
(1971), Survey Methods in Social Investigation, pp. 353 e.v.
[5]
Zie
het Jaarverslag 2003, pp. 67-70
[6]
Zie
Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2003, p. 68 (voetnoot 42).
[7]
Zie
Jaarverslag Onroerende Voorheffing 2002, pp. 49-51.