| Beknopte historiek van de krantengroep De Standaard (KDS)/Vlaamse
UitgeversMaatschappij (VUM) - Periode:
1914-1994
Bronnen: TESSENS L. (1978), Het faillissement van de Standaardgroep. Materiaalverzameling en explorerend onderzoek. TESSENS L. (1994), De Vlaamse Media. Een sector in de stroomversnelling. Antwerpen: MERS. Copyright. |
|
|
|
|
|
Op 2.5.1914 wordt de NV De Standaard opgericht. Wegens WO I kan het eerste nummer van De Standaard slechts op 4.12.1918 verschijnen. Op 28.7.1919 koopt De Standaard een gebouw aan de E. Jacqmainlaan te Brussel. Vanaf 11.7.1921 laat de uitgeverij te Antwerpen het dagblad 'De Morgenpost' (1921-1940) verschijnen. In 1924 koopt de NV De Standaard de SA Imprimerie Nationale, omgedoopt tot NV Periodica. In 1927 verwerft Gustaaf Sap de meerderheid van de aandelen van de NV De Standaard n.a.v. een kapitaalsverhoging. In 1929 start men met de polulaire editie 'Het Nieuwsblad'. In datzelfde jaar wordt Sap volledig meester van NV De Standaard. In 1937 slorpt Het Nieuwsblad 'Sportwereld' op. In 1940 overlijdt Gustaaf Sap en tijdens WO II verschijnen de kranten van de groep niet. Na het lichten van het sekwester op Periodica kan 'De Nieuwe Standaard' opnieuw verschijnen op 10.11.1944 maar ditmaal onder verantwoordelijkheid van een groep mensen rond T. Herbert. In 1947 slagen de erven Sap erin de controle terug te krijgen en op 1 mei 1947 verschijnt 'De Standaard' opnieuw. De schoonzoon van Gustaaf Sap, dhr Albert De Smaele, neemt de leiding op zich. 'De Nieuwe Standaard' moet van naam veranderen en wordt 'De Nieuwe Gids'. In 1957 slorpt 'De Standaard' 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad' op. In mei 1957 verwerft de Standaardgroep 'Het Handelsblad' (18441208-19790215) uit Antwerpen. In 1962 koopt de groep de dagbladen 'De Gentenaar' (1879-heden) en 'De Landwacht' (1890-1979) op en schakelt de inhoud van 'Het Handelsblad' gelijk met die van 'Het Nieuwsblad'. In 1966 laat men twee titels vallen : 'Het Nieuws van den Dag' en 't Vrije Volksblad', subtitels geworden van 'Het Nieuwsblad'. In 1969 richten NV De Standaard en NV De Vlijt op paritaire basis de NV Perexma op die het tv-blad 'TV-Ekspres' zal gaan uitgeven. Tegelijk verwerft De Standaard de exploitatierechten op het weekblad ZIE van De Vlijt. Vanaf 1970 gaat de groep zich echt interesseren voor haar inmiddels uitgebouwde aktiviteiten in Frankrijk. In 1972 neemt de NV Periodica twee drukkerijen over van de groep Lambert. In 1974 en daarna gooit de Standaardgroep zich op de touroperator-sektor. In 1975 richten De Vlijt, Concentra en De Standaard samen de Groep I Dagbladen NV op; de samenwerking tussen deze drie voor de gezamelijke acquisitie van nationale themareklame bestond al van in 1968. In 1975 komt de dépistage-dienst van de Rechtbank van Koophandel te Brussel zware financiële moeilijkheden van de Standaardgroep op het spoor. PDG De Smaele slaat de raad van zijn invloedrijke en uitstekend geïnformeerde hoofdredacteur, Manu Ruys , om de gezonde kranten uit het concern te lichten voor het te laat is, in de wind. Op 19 mei 1976 wordt de NV Periodica, grootste drukkerij van de groep, ambtshalve in faling verklaard. De rest van de groep wordt meegesleurd in dé mega-faling van de Belgische pers. Na mislukte concordataire plannen van de aandeelhouders, politieke interventies, nachtelijke beraadslagingen, komt André Leysen met een reddingsplan. Hij slaagt erin een waterdicht schot te slaan tussen de gefailleerde vennootschappen en de toekomst van de dagbladen, waarvan hij - weliswaar na een justitiële procedure over de waardebepaling - de titels voor 52 miljoen van de curatoren kan kopen. De weekbladen-poot van de groep gaat grotendeels over in de handen van de zgn. groep Maertens-Van Thillo-Brébart. De sociale kost van het faillissement is enorm hoog : meer dan duizend werknemers staan op straat. Voor de dagbladen wordt de oplossing op 26.6.1976 gevonden en op 29 juni 1976 verschijnen ze onder verantwoordelijkheid van de NV Vlaamse Uitgeversmaatschappij - afgekort VUM - een vennootschap met een kapitaal van 120 miljoen BEF. De aandeelhouders situeerden zich in de Antwerpse zakenwereld en de scheepvaart. De stroomopwaartse bindingen van de redders van de Standaardgroep stonden toen niet ter discussie. Commentaar LT. De faling van de Standaardgroep en de overname door VUM is zeker geen verrassing geweest voor insiders (RSZ-beheersorganen, hoge BTW-ambtenaren, banken, magistratuur, collegae dagbladuitgevers, politici, ...). Er zijn voldoende aanwijzingen die de hypothese ondersteunen dat de overname gepland en grondig voorbereid was door centrum-rechtse kringen die sinds geruime tijd misnoegd waren over de linkse koers die De Smaele zijn redactie liet varen (vnl. buitenland, economie en 'investigative journalism' à la De Ridder) en die de belangen van het establishment, zowel ter linker als ter rechter zijde, in gevaar bracht. Daarbij mag verwezen worden naar de publicatie van enkele boeken van Standaard-journalisten: de historicus Troch (Luc Vandeweghe) die in april 1960 - dus toen het nog niet 'paste' - met 'De Grote Dooi' de mechnismen van het Koude Oorlog denken blootlegde en in 1972 met 'Amerika - Rusland - China / Een internationale driehoeksverhouding' de Koude Oorlog-logica nog radicaler in vraag durfde stellen, De Ridder die in 1974 met 'Zes maanden met dossier Demaegt' uiteen zette hoe de corruptie-mechanismen bij de nationale telefoonmaatschappij (RTT) in elkaar staken en - belangrijker nog - hoe een journalist op zo'n toestanden dient te reageren, Bohets die in 1975 met 'België en de multinational$' vragen stelde bij de grote economische afhankelijkheid van ons land. Op het financiële vlak zijn er bewijzen dat bepaalde kredietopeningen bij banken zonder enige waarborg verleend werden, waardoor de al bij al megalomane aspiraties van mediabaas De Smaele werden ondersteund en een vals klimaat van onaantastbaarheid creëerden. Een essentiële consequentie van (en drijfveer voor?) zo'n overdreven kaskredieten is dat de kredietverleners als het ware het ontstekingsmechanisme van de tijdbom van het faillissement exact kunnen programmeren. Dit laat hen toe het scenario 'after the blast' zorgvuldig uit te denken en de rollen te verdelen. Tenslotte is er het verbazingwekkende feit dat de NV Perexma (de Antwerpse uitgever van TV-Ekspres) buiten de faling kon worden gehouden. In Perexma bleef De Smaele via stromannen (Van Assche en later het Luxemburgse Finimtrust) participeren aan de zijde van zijn luitenant, Jan Merckx. Volgens onze berekeningen kon De Smaele in de periode 1977-1988 rekenen op dividenduitkeringen die gecumuleerd ver boven de 100 miljoen BEF lagen. Deze overwegingen en feiten werden tot nu toe (we schijven januari 2003) buiten de persgeschiedenis gehouden. Latere beweringen (in woord en schrift) van André Leysen dat men bij de overname in een zwart gat sprong, komen als hoogst ongeloofwaardig over. De berekeningen omtrent de rendabiliteit van de dagbladen, verlost van de last van de rest van het concern, waren heus niet zo moeilijk als men toen wilde laten geloven. Reeds in 1977 is de VUM winstgevend en dat niettegenstaande de voortdurende weigering van VUM om de directe perssteun te aanvaarden. Op 15.2.1979 laat de VUM Het Handelsblad verdwijnen. In 1979 laat de VUM, als eerste een onderzoek doen dat gaat in de richting van redactionele marketing. Op 30.5.1979 wordt beslist om zowel de maatschappelijke zetel als de administratieve zetel van de VUM over te plaatsen van Antwerpen naar Groot-Bijgaarden. In 1980 trekt de VUM zich terug uit de publicitaire pool Groep I Dagbladen. In 1981 boekt de VUM een rekordwinst van 87 miljoen BEF. Vanaf 1982 begint VUM met een nieuw opmaaksysteem voor de kranten. In 1982 staat dhr Verdeyen, directeur-generaal, aan de wieg van Mediatel, een onderzoekscel van de BVDU, die moet speuren naar de nieuwe mogelijkheden van electronic publishing voor dagbladen. In oktober 1982 verklaart de VUM niet meer mee te willen zoeken met de andere uitgevers naar mogelijkheden voor commercile tv in Vlaanderen. Op 26.5.1982 beslist de buitengewone algemene vergadering van de VUM bij eenparigheid van stemmen om het kapitaal terug te brengen van 200 miljoen tot 100 miljoen BEF. In juni 1984 sticht VUM samen met Het Belang van Limburg, de Financieel Ekonomische Tijd, Electrafina en Gevaert de vennootschap Onafhankelijke Televisie Vlaanderen. De rest van de Vlaamse pers sticht een CV Vlaamse Media Maatschappij, eveneens erop gericht om in Vlaanderen een commercieel station op te zetten. In 1984 brengt dhr André Leysen een boek uit waarin hij, sprekend over de winstcapaciteit van de VUM, stelt : "We stellen nu vast dat de belasting die we op onze winst betalen, ongeveer overeenkomt met de overheidssteun aan de Vlaamse pers. We voelen ons dan ook de weldoeners van de andere kranten." Dit zet veel kwaad bloed bij de collegae-uitgevers. Op 20.9.1984 start de VUM, via haar dochter Infotex, met een tabloïd volksdagblad '24 uur' dat echter reeds op 26.10.1984 haar uitgave moet staken; het dagblad werd zwaar geboycot door de dagbladverkopers (hierin aangemoedigd door Jan Merckx) die het niet namen dat het dagblad ook buiten hun circuit gedistribueerd werd. Commentaar LT. Bij de lancering van '24 uur' kan men toch een aantal vraagtekens plaatsen. 1) Het is alom geweten dat de lancering van een nieuw persproduct een hachelijke onderneming is. Waarom de lancering dan bemoeilijken door via een alternatief kanaal te gaan distribueren? Bovendien was het in de sector geweten dat Fons Moelans, voorzitter van de dagbladhandelaars en Jan Merckx, uitstekende contacten onderhielden. De boycot van '24 uur' mag gezien worden als een zoete wraak van Merckx op de groep Leysen. De vernedering van het faillissement uit 1976 was nog lang niet vergeten. 2) De drijvende kracht achter '24 uur' was Piet Antierens, de commerciële directeur van de Standaardgroep. Waarom een commerciële figuur belasten met het algehele management van een dagblad? Hoe sterk was de motivatie van Antierens om het project te doen slagen? 3) Het culturele gehalte van '24 uur' was zo laag, dat het blad totaal niet paste in de bedrijfscultuur die de Standaardgroep propageerde. In verklaringen van enkele jaren later gispt topman Leysen VTM omwille van het lage culturele gehalte van het commerciële TV-station. 4) De opmaak van het blad: men moet zich afvragen of er wel enige investering in dit element gebeurd was; het eerste beste huis-aan-huis-blad oogde beter dan '24 uur'. Een insider vertelt een heel straf verhaal over '24 uur': "Jan Merckx en Piet Antierens waren boezemvrienden. Allebei hadden ze nog een eitje te pellen met de groep Leysen. Bovendien vonden ze dat Leysen het dossier van de commerciële TV blokkeerde omdat hij de eerste viool wilde spelen. Leysen moest maar eens voelen dat hij niet oppermachtig was en, vooral, dat hij niks kende van het uitgeven van dagbladen. Kon het duo Leysen warm maken voor een totaal 'crazy' project, een krant voor niet-krantenlezers? Antierens zou enkele bevriende reclamejongens inschakelen om de kansen van het project de hemel in te prijzen en een marktstudie op maat was ook wel te versieren. De alternatieve distributie via kruideniers e.d. was de adder onder het gras, maar ook dat zag de VUM niet, verblind als ze was door de vooropgestelde reuze-inkomsten. Merckx wist al hoe hij, via de mobilisatie van de dagbladverkopers, de hele constructie kon kelderen. Toen '24 uur' in de markt gezet was, groeide de onrust bij de verkopers razendsnel. Om de verdenking, dat Merckx betrokken was bij het creëren van die onrust, van hem weg te halen, ging Merckx toen zelfs zo ver dat hij 's nachts met een jachtgeweer liet schieten op de kantoren van 'Het Handelsblad' (dagblad opgeheven in 1979 maar het publiciteitsbord hing er nog) aan de Frankrijklei te Antwerpen, waar ook TV-Ekspres gevestigd was." Een indianenverhaal? Niet noodzakelijk.
Op 4.11.1985 beslist OTV bij monde van DG Verdeyen om niet meer deel te nemen aan de zgn. Astoria-gesprekken (de gesprekken tussen de Vaste Commissie van de BRT en VMM en OTV met als thema de overdracht van het tweede BRT-net aan de uitgevers); OTV is van mening dat alleen een volledige privatisering van dat net een volwaardig alternatief is voor een commercieel net. Tussen OTV en VMM komt het uiteindelijk ook niet tot een akkoord om samen zo'n commercieel TV-station op te zetten; ook politieke druk brengt geen aarde aan de dijk. Commentaar LT. Toen Jan Merckx mij om advies vroeg - of ik geloofde in het gebruik maken van het tweede net van de BRT om daarop commerciële televisie te maken - was mijn antwoord formeel "neen". De bedrijfsculturen van de BRT en die van het op te bouwen commerciële station zouden per definitie haaks op mekaar staan. Omdat er sprake was van het gebruik maken van de studiofaciliteiten van de BRT, leek een vermenging van de twee bedrijven in één huis mij dom, gevaarlijk en dus ondoenbaar. Ik bleef bij mijn stelling dat het TV-station een eigen infrastructuur moest hebben, los van de openbare zender. Op 12 juni 1986 dagvaardt André Leysen Norbert De Batselier omdat deze laatste op 4 juni 1986 in de Commissie voor het Bedrijfsleven kritische vragen had gesteld i.v.m. de herverdeling van aandelenpakketten binnen de Nationale Investering Maatschappij (NIM). (zie 'De VlaamSSche Kronijken', p. 53-54) Op 11.7.1986 verpreidt het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond te Leuven een strooibiljet met daarop de kop van De Standaard en de tekst "Alles voor Leysen, Leysen voor RTL. Leysen toont de weg. VUM - GBL - Frère - Generale - RTL", daarmee doelend op die stroomopwaartse binding. Kris Rogiers, de latere architect van de verankering, was de auteur van het pamflet. Op 17.10.1986 creëert de VUM winstbewijzen voor het personeel en wil het daarmee belonen voor hun bijdrage tot het resultaat van de onderneming. In 1987 schrijft André Leysen in een boek : "We hebben ook een tijdlang in commerciële tv geloofd, maar onze ambities op dat vlak zijn nu merkelijk afgekoeld". De VUM is er dan ook niet bij wanneer op 27.10.1987 VTM wordt opgericht. Concentra, met het Belang van Limburg, had zich tevoren losgemaakt van OTV en de overstap gedaan naar VMM en participeerde zodoende wél in het tv-station. In 1987 verschijnt het boek "De VlaamSSche Kronijken" waarin Hugo Gijsels de figuur van André Leysen voorstelt en zijn lidmaatschap van de Hitlerjugend tijdens de Tweede Wereldoorlog onthult. In die bijdrage koppelt Gijsels die nazi-achtergrond aan het optreden van AL tegen de vakbonden. Volgens HG had de familie Leysen ook belang bij het verdwijnen van de Kempense Steenkoolmijnen omdat de firma Transcor groot importeur van steenkool bleek te zijn. (p. 54) In juli 1988 verlaat dhr Piet Antierens, commercieel direkteur van de VUM, de vennootschap om dezelfde funktie te gaan waarnemen bij de nog op te starten VTM. Op 15.3.1990 verkoopt VUM de belangrijkste produkten en aktiviteiten van de NV Sydes en de NV Infotex aan Delaware Computing NV; het personeel wordt door deze laatste overgenomen. In juni 1990 beslissen BRTN en VUM om samen een publiciteitsregie op te richten voor radioreklame, de VAR. In juli 1990 koopt de VUM het tweetalige blad voor kaderleden 'Intermediair/Intermédiaire' over van Diligentia Business Press. In december 1990 zegt VTM-Voorzitter J. Merckx over een toetreding van de VUM tot de VTM : "VTM est une maison close, mais pas un bordel". In 1991 weigert de VUM haar medewerking aan een sectoriële doorlichting van de pers door Ernst & Young, uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse economie-minister De Batselier. Op 14.11.1991, in een interview in Humo zegt dhr Leysen : "Ik heb me vergist inzake het commerciële succes van VTM op korte termijn. Maar ik ben nog altijd blij met onze beslissing omdat De Standaard het boegbeeld zou geworden zijn van die VTM, en ik vreesde dat het cultureel niveau zo laag zou zijn, dat ik niet graag had dat de Standaard-lezer daarmee verbonden werd. En dat gevoel heb ik nog altijd : de programma's zijn niet bijzonder hoogstaand. En ik zou ook vandaag niet participeren." Op 17.3.1992 antwoordt dhr Leysen, in een vraaggesprek met de lezers van De Standaard, op de vraag of onze cultuur in een Europees verband niet in de verdrukking dreigt te komen : "De vervlakking van de Vlaamse cultuur vindt niet zozeer plaats door Engelse of Franse invloeden, als wel door de VTM." Op 20.5.1992 deelt de VUM via haar dagblad De Standaard mee dat, voor de eerste keer in haar geschiedenis, haar omzet gedaald was (-3,61 % in 1991 tegenover 1990). Volgens een mededeling van VUM (DS, 5.6.1993) bedroeg de nettowinst over 1992 148 miljoen tegen 110 miljoen over 1991; de omzet zou gestegen zijn tot 3,74 miljard; terwijl de verkochte oplage van Het Nieuwsblad en De Gentenaar, de populaire bladen van de VUM, daalde, steeg de verspreiding van De Standaard met 1,7 procent in 1992; VUM betaalde over het exploitatiejaar 1992 111 miljoen frank belastingen; het bedrijf investeerde in een derde moderne Wifag-pers. Op 29.1.1993 lanceert VUM Standaard-magazine, een gratis bijlage op vrijdag bij De Standaard. Standaard Magazine wordt gedrukt op de persen van Concentra (Belang van Limburg). Wellicht door deze gratis bijlage steeg de verkochte oplage van De Standaard over de eerste vier maanden van 1993 met 5.000 ex. tot 76.000 ex., aldus een mededeling van VUM. Begin april 1993 stoot de VUM haar exploitatie-cel Editel, bedoeld voor de electronische distributie van informatie, af. NV Uitgeversbedrijf Tijd, zeer aktief in deze sector, is de overnemer. Voor de tweede helft 1993 kondigde de VUM een weekbladinitiatief maar op 3 juli 1993 wordt dit project afgeblazen omdat het bedrijfseconomisch niet haalbaar zou zijn. Verder wordt er in 1993 een vierde Wifag-pers geïnstalleerd (in gebruik sinds juli 1993) en investeert men 250 miljoen in electronische pagina-opmaak. Op 1 oktober 1993 verhoogt De Standaard zijn losse verkoopprijs van 25 naar 28 frank terwijl Het Nieuwsblad en De Gentenaar van 25 naar 26 frank stijgen. De Standaard doet daarmee 3 zaken : het bevestigt zijn karakter van elitekrant, doorbreekt het sinds WO II bestaande prijskartel van de dagbladen en rekent op de inelasticiteit van de vraag naar kranten (zie ook de grafiek betreffende de evolutie van de dagbladprijs sinds 1947 in de bijlagen). De vennootschap raakt eind 1993 betrokken bij de alliantie 'Mediabel' (Nynex-USA, Déficom, Roularta, VUM) die de uitgave van de 'Gouden Gids' wilde gaan realiseren maar uiteindelijk besliste Belgacom de uitgave in eigen beheer te nemen. In februari 1994 komt De Standaardgroep met Het Volk tot een akkoord om een gezamenlijke reklameregie - 'Scripta Plus' (later omgedoopt tot Scripta) - uit te bouwen tegen het najaar. Door dit akkoord verkrijgt de VUM een rechtstreekse inkijk op de publicitaire draagkracht van de huwelijkspartner. De VUM neemt een aandeel van 50 % voor zijn rekening. Ook Concentra en Roularta Media Group (RMG) sluiten aan en het aandeel van ieder wordt op 25 % gebracht. Daarmee is, na de totstandkoming van 'Full Page', een tweede grote dagbladregie gecreëerd. Op 5 maart 1994 lanceert 'Het Nieuwsblad' een vaste weekendbijlage 'Zaterdag' (16 blz. tabloïd-formaat, life-style en culturele onderwerpen). Op 4 mei 1994 bevestigt Directeur-Generaal Verdeyen dat er gesprekken over samenwerking aan de gang zijn met SBS, de groep die een commercieel tv-net, naast VTM, wil opstarten in Vlaanderen (zie verder); toch draagt de mogelijkheid van reklame op de BRTN-tv de voorkeur van VUM weg; een participatie van VUM in VTM zou niet meer actueel zijn, aldus de DG. Eind mei 1994 treedt de Concentra-groep met Het Belang van Limburg toe tot de regie Scripta Plus. Tijdens de zomervakantie biedt de VUM Het Nieuwsblad aan de Belgische kust aan tegen een prijs van 15 BEF . Eind augustus 1994 treedt de VUM, in samenspraak met de Roularta-groep, op in de overnamegesprekken voor Het Volk. Ook De Persgroep en De Vlijt waren in de running. Op 4.11.1994 neemt de VUM de NV Drukkerij Het Volk over. In een aantal perscommentaren werd gesteld dat er politieke tussenkomsten waren gevraagd door VUM om Het Volk te kunnen inkopen. In een opiniestuk in De Standaard van 10 november 1994 reageert dhr Leysen, VUM-Voorzitter, hierop als volgt, en wij citeren : "Wij kregen de voorkeur omdat we een betere offerte deden, ook wat de tewerkstelling in Oost-Vlaanderen betreft. Dura veritas, sed veritas." In hetzelfde artikel herneemt dhr Leysen zijn stelling uit 1984 betreffende perssteun en belastingen : "Wij hebben als enige dagbladgroep nooit subsidies aanvaard en hebben meer belasting betaald dan alle andere dagbladgroepen samen, de Belgische weekbladgroepen waarschijnlijk incluis." Prosperitate rerum in vanitatem uti ! Last update: 20070523 |