CONGO 1950 - 1959 In 1950 durft Robert Vandeputte het aan het Congo-beleid op de korrel te nemen (Toestanden en mistoestanden ...). We moeten echter wachten op Gerard Walschap om een echt kritische stem te horen. 'Oproer in Congo' (1953) is een roman van de bovenste plank waarin Walschap dit maal tegen het heilige huisje van de kolonie schopt. Zijn hoofdpersonage zegt onomwonden: "De zwarten denken dat al wat de blanke doet uitsluitend dient om hemzelf rijk te maken en dat hij anders absoluut niets voor hen zou doen." Walschap als dwarsligger en profeet. Walschap levert eens temeer het bewijs dat voor hem een roman nooit zomaar een verhaal is, nooit vrijblijvend, steeds geëngageerd, nooit de gemakkelijke weg, altijd in de vuurlinie, op de voorpost van het maatschappelijk gebeuren. En wist u dat Gerard Walschap een broer-missionaris had? Ja toch, Alfons Walschap die op zoek ging naar de ziel van de zwarte, naar de mens achter het stereotiep. Placied Tempels (1906-1977) had hem dat voorgedaan met zijn ophefmakend werk 'Bantoe-filosofie' (1946), dat heel het fundament van het kolonisatie-proces in vraag had gesteld. Tempels verweet de westerse cultuur immers de rijke Bantoe-cultuur te vernietigen. Charles d'Ydewalle (Le Congo du Fètiche à l'Uranium, 1953) praat over de origines van de haat in Afrika: "La haine entre les hommes ne commence que lorsque le Blanc tient à garder pour lui jusqu'aux plus petites places, jusqu'à celle de mécano de locomotive, lorsqu'il y a trop de Blancs." De geografische ligging van de rijke grondstoffenprovincie Katanga verklaart de Zuidafrikaanse en Britse invloeden, de noodzaak om spoorverbindingen te hebben over Léo en het belang van de Benguela-spoorlijn. In 1955 levert professor Derkinderen met zijn 'Atlas van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi' een belangrijke en waardevolle bijdrage tot de betere kennis van de kolonie. Hij citeert in zijn inleiding de charismatische ere-gouverneur-generaal, Pierre Ryckmans, die stelt: "Met geld en machines wordt in drie maanden een wolkenkrabber gebouwd, maar om een eenvoudige korenaar te doen rijpen is de zon van een hele zomer nodig. Een volk beschaven is niet het werk van één dag, noch van een generatie. Het is een vrucht die lange tijd moet rijpen." Hieruit blijkt duidelijk dat de opinion leader, die Ryckmans in ruime kringen toch was, aan een nog lange kolonialisatieperiode dacht. Overigens is ook Van Bilsen die mening toegedaan. De UMHK viert in 1956 haar 50-jarig bestaan en weet zich als 'incontournable' op te werpen. Haar positie als uraniumleverancier geeft de multinational spreekrecht. Bezuiden de Evenaar vertaalt de Koude Oorlog zich in Amerikaanse sleeën, hypermoderne architectuur, luxe ... In 1956 worden in E'ville de plannen gesmeed om Katanga los te maken van Congo, om het kroonjuweel ook na de onafhankelijkheid in blanke handen te houden. En wat doet Ian Fleming (De diamantsmokkelaars, 1957) in dit overzichtje? Hij onthult de grootscheepse diamantsmokkel. Geen roman, geen fictie, maar bikkelharde business met miljoenen karaat als inzet. Haalde Jef Geeraerts misschien bij Fleming een deel van de inspiratie voor zijn thriller 'Diamant' (1982)? | |||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
|
©MERS - last update: 20070425 | |||||||||||||||||||||||||